Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds

Beleidskaders, -monitors en wetgeving

Tot het taakveld Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds behoren de uitkeringen uit het gemeentefonds.

Ontwikkelingen en voortgang

Ga naar vorige begroting

De omvang van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds ontwikkelt zich volgens een normeringssystematiek. Daarnaast voegt het Rijk geld toe of onttrekt het geld als er gemeentelijke taken van rijkswege bij komen of juist worden afgeschaft. De normeringssystematiek houdt in dat het Gemeentefonds als het ware meebeweegt met een groot gedeelte van de rijksuitgaven, volgens het principe ‘samen de trap op en samen de trap af’. Op deze manier bepaalt het Rijk het jaarlijkse groeipercentage (het accres) van het Gemeentefonds. Vooruitlopend op het verschijnen van de meicirculaire Gemeentefonds 2019 zijn inschattingen gemaakt voor de ontwikkeling van het Gemeentefonds. Conform de consistente gedragslijn worden de daadwerkelijk effecten van de meicirculaire verwerkt in de Begroting 2020.

Wat mag het kosten

Overzicht van baten en lasten Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefondsRealisatie 2018Begroting
2019
Begroting
2020
Raming
2021
Raming
2022
Raming
2023
Baten exclusief reserves1.646.9081.674.7351.724.7341.733.5831.753.0791.757.193

Bijdragen rijk en medeoverheden 1.646.908 1.674.735 1.724.734 1.733.583 1.753.079 1.757.193
Lasten exclusief reserves577777

Programmalasten 5 7 7 7 7 7
Inkopen en uitbestede werkzaamheden 5 7 7 7 7 7
Subsidies en inkomensoverdrachten 0 0 0 0 0 0
Saldo voor vpb en reserveringen 1.646.904 1.674.728 1.724.727 1.733.576 1.753.072 1.757.186
Saldo voor reserveringen 1.646.904 1.674.728 1.724.727 1.733.576 1.753.072 1.757.186
Saldo 1.646.904 1.674.728 1.724.727 1.733.576 1.753.072 1.757.186

Financiële bijstellingen

Bijstellingen 20192020202120222023
Begroting 2019   1.660.116 1.677.276 1.676.492 1.694.373 1.694.373
Bijstellingen Omissie 2019   0 0 0 0 0
Bijstellingen Voorjaarsnota 2019 Categorie          
Actualisatie Gemeentefonds Ramingsbijstellingen onvermijdelijk 11.457 43.422 53.500 55.078 60.508
Actualisatie Taakmutaties Gemeentefonds Taakmutaties 3.155 4.028 3.584 3.621 2.306
Begroting na wijzigingen   1.674.728 1.724.727 1.733.576 1.753.072 1.757.186

Toelichting financiële bijstellingen

Actualisatie Gemeentefonds en actualisatie taakmutaties Gemeentefonds

In onderstaande tabel worden deze bijstellingen nader toegelicht.

Betreft20192020202120222023
1. Accres -4.000 33.300 44.600 48.000 67.150
2. Macrobudget Jeugd 15.750 8.550 8.550 8.550 0
3. Actualiseren maatstaven 1.347 4.342 3.030 1.008 -4.162
4. Septembercirculaire 2018 - 3.000 - 3.000 - 3.000 - 3.000 - 3.000
5. Landelijke vreemdelingen voorzieningen 1.360 1.220 1.310 1.510 1.510
6. Bijdrage aan Omgevingswet 0 - 990 - 990 - 990 - 990
7. Taakmutaties september- en decembercirculaire 2018 3.155 4.028 3.584 3.621 2.306
Totaal 14.612 47.450 57.804 58.699 62.814

Ad 1. Accres

De hoogte van het gemeentefonds is geactualiseerd naar het prijspeil van het jaar 2020. Daarnaast geeft het Centraal Planbureau (CBP) in de ‘raming maart 2019’ aan dat het Rijk te maken heeft met onderbestedingen. Hiervoor zijn inschattingen opgenomen. Gemeen­ten kunnen hun betaalde BTW verhalen op het BTW-compensatiefonds (BCF). Hiervoor is een financieel plafond ingebouwd. Als gemeenten minder declareren dan het plafond, stort het Rijk de overgebleven ruimte in het gemeentefonds. Declareren gemeenten meer dan het plafond, dan wordt meer uitgenomen uit het gemeentefonds. Jaarlijks doet het Rijk bij de septembercirculaire een nieuwe inschatting. De hoogte van de definitieve onder- of overbesteding neemt het Rijk op in de meicirculaire van het daarop volgende jaar. Het jaar 2023 is een nieuwe jaarschijf in de Voorjaarsnota. Voor 2023 is het accres van € 25 mln opgenomen, alsmede de oploop van de door het Rijk opgelegde opschalingskorting van € 7,15 mln (per saldo € 17,85 mln). Gemeenten zouden volgens het regeerakkoord van 2012 tot grotere eenheden van meer dan 100.000 inwoners moeten fuseren. Er kan dan efficiënter worden gewerkt waardoor en minder geld uit het gemeentefonds hoeft te worden betaald. Hoewel de verplichte opschaling niet werd ingevoerd bleef de opschalingkorting gehandhaafd (landelijk in 2025 € 975 mln).

 

Ad 2. Macrobudget Jeugd

Dankzij de inzet van vele vertegenwoordigers van gemeenten en de VNG stelt het kabinet naar verwachting voor de jaren 2019 tot en met 2022 aanvullende middelen beschikbaar voor de uitvoering van de Jeugdhulp. De daadwerkelijke bedragen worden naar verwachting opgenomen in de meicirculaire Gemeentefonds 2019. Bij het opstellen van deze voorjaarsnota is deze circulaire nog niet verschenen.

 

Ad 3. Actualiseren maatstaven

De waarden van maatstaven in het Gemeentefonds worden continu geactualiseerd.

 

Ad 4. Septembercirculaire 2018

De septembercirculaire 2018 is eerder alleen verwerkt voorzover de financiële consequenties van deze circulaire betrekking hadden op het lopende jaar 2018. Dit vanwege het incidentele karakter van de 10maandsbrief. De structurele financiële consequenties worden, conform bestendige gedragslijn, verwerkt in voorliggende voorjaarsnota. Deze consequenties betekenen een neerwaartse bijstelling met structureel € 3 mln. 

 

Ad 5. Landelijke vreemdelingen voorzieningen

In vijf gemeenten, waaronder in Rotterdam, worden Landelijke Vreemdelingen Voorzieningen (LVV) opgezet. De LVV’s zijn bedoeld voor ongedocumenteerde vreemdelingen zonder recht op verblijf, die de gehele (asiel)procedure hebben doorlopen en Nederland niet uit eigen beweging dan wel gedwongen hebben verlaten. Omdat deze vreemdelingen om uiteenlopende redenen (voorlopig) nog niet terugkeren naar hun land van herkomst en niet meer in aanmerking komen voor rijksopvang, komt deze specifieke groep nu vaak in niet wettelijk geregelde voorzieningen terecht. Dit wordt nu bestendigd met een netwerk van LVV’s. In de LVV’s krijgt deze specifieke groep vreemdelingen onderdak. Dit is echter niet vrijblijvend. De vreemdelingen moeten meewerken aan een bestendige oplossing voor hun situatie. Voor de LVV ontvangt de gemeente financiële middelen.

 

Ad 6. Bijdrage aan Omgevingswet

Een belangrijk instrument om de Omgevingswet te laten functioneren is de landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet Landelijke Voorziening (hierna: DSO-LV) die momenteel onder verantwoordelijkheid van het Rijk wordt ontwikkeld. Een goed functionerend DSO-LV vanaf de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet, 1 januari 2021, is het gezamenlijk belang van alle overheden. Om dat te bereiken moet DSO-LV uiterlijk op 1 januari 2020 beschikbaar zijn voor de ruim 400 bestuursorganen die dan hun aansluiting kunnen regelen, DSO-LV met content kunnen vullen en kunnen oefenen met het gebruik. Financieel betekent het dat gemeenten per 1 januari 2020 mee de kosten dragen voor het beheer van het DSO-LV (€ 18 mln op jaarbasis via het Gemeentefonds). Voor de gemeente Rotterdam bedraagt deze bijdrage structureel € 990.

 

Ad 7. Taakmutaties september- en decembercirculaire 2018

De baten van in de september- en decembercirculaire 2018 gepubliceerde taakmutaties zijn opgenomen in de Voorjaarsnota. De lasten zijn opgenomen bij betreffende taakvelden. Op 23 mei 2018 heeft het Rijk met de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) afge­sproken om gezamenlijk het gemeentefonds per 1 januari 2021 te herijken. Nadere informatie is opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Beleidskaders, beleidsmonitoren en wet- en regelgeving

Wet- en regelgeving

Omschrijving taakveld

Tot het taakveld Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds behoren de uitkeringen uit het gemeentefonds. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron voor gemeenten. De ontwikkeling van het gemeentefonds bepaalt in belangrijke mate onze financiële ruimte. Gemeenten kunnen zelfstandig beleid voeren met het geld dat het Rijk beschikbaar stelt uit het gemeentefonds. Gemeenten moeten echter wel de hen wettelijk opgedragen taken bekostigen met het geld dat zij uit het gemeentefonds ontvangen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de uitvoering van de Jeugdzorg en het verstrekken van bijstandsuitkeringen.

Drie keer per jaar informeert het Rijk de gemeenten met een circulaire over het gemeentefonds:

  • in mei/juni op basis van de Voorjaarsnota van het Rijk;
  • in september op basis van de Miljoenennota van het Rijk;
  • in december op basis van de Najaarsnota van het Rijk.