Overige baten en lasten - Beheer algemene middelen

Beleidskaders, -monitors en wetgeving

Binnen het taakveld Overige baten en lasten - Beheer Algemene Middelen geeft de gemeente invulling aan een sluitende begroting met een gezond meerjarenperspectief. Dit taakveld bevat de Algemene reserve, bestemmingsreserve Investeringsfonds Rotterdam / Rotterdamse Investeringsmotor, bestemmingsreserve Verkoopopbrengst Eneco, bestemmingsreserve taakmutaties gemeentefonds, concernbrede stelposten en de post onvoorzien.

Weerstandsvermogen

Eén van de uitgangspunten van het gevoerde financieel beleid is dat het weerstandsvermogen minimaal 1,0 bedraagt. Hiervoor wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Omwille van een sluitend financieel meerjarenbeeld is op dit taakveld tot toevoegingen en onttrekkingen aan de Algemene reserve besloten.

 

Concernbrede stelpost Bestuursopdracht Vastgoed

Bij Voorjaarsnota 2019 is besloten op dit taakveld de concernbrede stelpost bestuursopdracht Vastgoed met ingang van 2021 en structureel voor € 14,8 mln op te nemen.  
De opdracht binnen de bestuursopdracht Vastgoed was te komen tot een toekomstbestendige begroting vastgoed: eenduidig opgebouwd, meerjarige doorrekening op basis van gemaakte afspraken en zonder stelposten. Er is een nieuwe meerjarenbegroting opgebouwd op basis van realistische inschatting van de kosten en baten. De nieuwe begroting vastgoed biedt mogelijkheden om de bij Voorjaarsnota 2019 opgenomen reeks (concernbrede) stelposten op te lossen: tot 2024 is dit mogelijk. Hierdoor resteert er echter een tekort van € 11,7 mln in 2024. Hiervoor wordt opnieuw een concernbrede stelpost opgenomen. Voorjaarsnota 2021 zal een oplossing bevatten hoe deze stelpost kan worden opgelost.   

 

Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering
Gemeenten worden voor grote maatschappelijke en organisatorische opgaven gesteld. Een aantal daarvan is beter te realiseren als gemeenten gezamenlijk optrekken. Daarom zijn gemeenten (VNG) in 2018 gestart met de Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering (GGU), waarvoor er jaarlijks een fonds beschikbaar wordt gesteld voor de financiering van collectieve activiteiten om de uitvoering in alle gemeenten te versterken. Deze activiteiten worden geïmplementeerd door de gemeenten zelf, in samenwerking met partners, zoals de Rijksoverheid. Het gaat bijvoorbeeld om: gemeenten ondersteunen bij digitale veiligheid, gemeenten ondersteunen bij het voldoen aan nieuwe wetgeving door middel van uitvoeringstoetsen, impactanalyses en implementatieondersteuning, beheer van voorzieningen die beschikbaar zijn voor alle gemeenten, zoals het 14+ netnummer, de taxatiewijzer WOZ, het gemeentelijk gegevensknooppunt in het sociaal domein, de raamcontracten in het sociaal domein en standaarden zoals de Gemeentelijke ICT Inkoopvoorwaarden (GIBIT). Daarnaast wordt ingezet op de opzet en uitvoering van een meerjarig programma voor de vernieuwing van de
informatievoorziening van gemeenten (Common ground). Dit is nodig is voor betere dienstverlening, versterking van de samenwerking in de ketens van werk en inkomen en de omgevingswet en het voorkomen van onnodige dataduplicatie. De bijdrage per inwoner per jaar is ca. € 2,5 exclusief BTW.


 

Ontwikkelingen 2021-2024

De algemene uitkering van het gemeentefonds is geïndexeerd op basis van de loon- en prijsontwikkelingen van het Centraal Planbureau (CPB) zoals verwerkt in de meicirculaire gemeentefonds 2020.  Als onderdeel van het fixeren van het gemeentefonds voor de jaren 2020 en 2021 worden deze percentages/bedragen niet meer bijgesteld.

De begroting 2021 is gebaseerd op inschattingen van inflatiepercentages van het Centraal Planbureau (CPB) van juni 2020. Nog niet gepubliceerde werkgeverspremies (met name pensioenpremies) én een nog niet afgesloten cao gemeenteambtenaren vanaf het jaar 2021 kunnen nog leiden tot financiële consequenties. Dit wordt meegenomen bij het opstellen van de Voorjaarsnota 2021. 

Wat kost het

Overzicht van baten en lasten Overige baten en lasten - Beheer algemene middelenRealisatie 2019Begroting
2020
Begroting
2021
Raming
2022
Raming
2023
Raming
2024
Baten exclusief reserves000000

Overige baten 0 0 0 0 0 0
Lasten exclusief reserves5.88058.4786.6535.0405.581-1.694

Programmalasten 5.880 58.478 6.653 5.040 5.581 -1.694
Inkopen en uitbestede werkzaamheden 1.969 2.575 6.653 5.040 5.581 -1.694
Kapitaallasten 8 0 0 0 0 0
Overige programmalasten 0 52.000 0 0 0 0
Subsidies en inkomensoverdrachten 3.903 3.903 0 0 0 0
Saldo voor vpb en reserveringen -5.880 -58.478 -6.653 -5.040 -5.581 1.694
Saldo voor reserveringen -5.880 -58.478 -6.653 -5.040 -5.581 1.694
Reserves17.700-1.233.65664.628-11.761-64.446-63.699

Onttrekking reserves 8.614 81.413 92.324 21.582 5.070 8.600
Toevoeging reserves 16.500 1.382.258 44.749 50.643 86.817 84.599
Vrijval reserves 25.586 67.190 17.053 17.300 17.300 12.300
Saldo 11.820 -1.292.133 57.975 -16.801 -70.028 -62.006

Beleidskaders, beleidsmonitoren en wet- en regelgeving

Wet- en regelgeving

Beleidskaders

Omschrijving taakveld

Dit taakveld bevat de Algemene Reserve, bestemmingsreserve Investeringsfonds Rotterdam / Rotterdamse Investeringsmotor, bestemmingsreserve Verkoopopbrengsten Eneco, bestemmingsreserve Taakmutaties gemeentefonds, concernbrede stelposten en de post onvoorzien.

De Algemene reserve behoort tot het weerstandsvermogen, dat middelen omvat die de gemeente vrij kan inzetten om het begrotingsbeeld sluitend te houden en om onvoorziene financiële risico’s af te dekken. Het onderdeel Reserves bevat het meerjarig verloop van deze reserve.

In het coalitieakkoord is als uitgangspunt opgenomen dat er gestuurd wordt op een weerstandsvermogen van minimaal 1,0. Daarbij is het weerstandsvermogen geënt op de financiële risico’s. Verwezen wordt naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het IFR (Investeringsfonds Rotterdam) is een bestemmingsreserve. De gelden in deze reserve zijn bedoeld om in het kader van de meerjarige investeringsplanning concernbrede investeringsprojecten te kunnen dekken.

Het BBV schrijft voor dat de begroting een post onvoorzien bevat, zonder hiervoor een maximale of minimale hoogte voor te schrijven. Rotterdam heeft in 2017 de hoogte van dit bedrag structureel begroot op € 600. Dit komt neer op € 1,00 per inwoner.