Omissie Rotterdam 2019

Met nieuwe energie bouwen aan de stad van morgen

Onderwijshuisvesting Pagina 55

De beste basisschool is altijd in de buurt

Bieden van een kwalitatief goed en gevarieerd aanbod voortgezet onderwijs

Omschrijving taakveld

De gemeente investeert in toekomstbestendige schoolgebouwen, die bijdragen aan de ontwikkeling van de leerlingen. Het accent ligt bij onderwijshuisvesting op het efficiënt en doelmatig gebruik van onderwijsgebouwen en het beschikbaar stellen van voldoende gymcapaciteit. Belangrijk daarbij zijn:

  • een goede spreiding in de stad, zodat kinderen altijd een school in de nabijheid kunnen vinden;
  • leegstandsreductie, scholen hebben meer m² tot hun beschikking dan op basis van de genormeerde ruimtebehoefte noodzakelijk is, elke m² extra kost ook extra geld;
  • het terugbrengen van het aantal kleine scholen in het primair onderwijs, want het kost veel extra aandacht en geld om de kwaliteit van het onderwijs op kleine scholen te kunnen realiseren;
  • verbeteren van het binnenklimaat (fris!) op de scholen. Een goed binnenklimaat zorgt voor betere leerprestaties;
  • bij de investeringen wordt extra aandacht aan duurzaamheid besteed. Vanaf 2020 worden alleen (bijna) energieneutrale scholen opgeleverd, conform BENG-norm (energieneutraal houdt in dat energieverbruik van het gebouw kleiner of gelijk is aan wat het gebouw zelf opwekt, door bijvoorbeeld zonnepanelen).
  • De gemeente investeert in toekomstbestendige schoolgebouwen, die bijdragen aan de ontwikkeling van de leerlingen.

Toelichting wat willen we bereiken

  • Het aanbod aan po-scholen is relatief eenzijdig in de oude stadswijken rond het centrum aan beide zijden van de rivier, in Feijenoord en Charlois op Zuid en in Delfshaven, het Oude Noorden, Crooswijk en delen van Kralingen in het noorden. Hier bevindt zich een groot aantal kleine scholen. Deze kleine scholen, vaak onder de opheffingsnorm van 182 leerlingen, slagen er niet altijd in om goede kwaliteit te bieden. Ze zijn kwetsbaar als het om de bezetting gaat, ze zijn bedrijfseconomisch niet sterk en worden door steeds meer ouders niet aantrekkelijk gevonden. Dat leidt tot een vlucht naar andere wijken en heeft het risico dat de tweedeling en de kansenongelijkheid worden vergroot doordat kinderen van kritische ouders naar een goede school buiten de wijk gaan, terwijl kinderen van ouders voor wie een weloverwogen schoolkeuze lastig is wel naar de buurtschool gaan, ongeacht de vraag of dat een goede school is of niet. Een dergelijke tweedeling is onwenselijk. Dat betekent een herontwerp van het stedelijke onderwijsaanbod waarbij voor ouders genoeg te kiezen valt. Met nieuwe scholen in de groeiwijken en vernieuwd aanbod in de oude stadswijken rond het centrum. We kiezen waar mogelijk voor grotere basisscholen, want er is op grotere scholen meer expertise te organiseren, er zijn gemengde teams en er is meer ondersteuning voor leerkrachten en pedagogisch medewerkers op administratief-, ICT-en ander gebied. We hanteren daarbij 250 leerlingen per school als richtminimum. Dit aantal geeft voldoende body voor een stevig management, voor continuïteit en voor een professionele ondersteuning van leerkrachten. Wij willen een herontwerp van het primair onderwijs uitvoeren op basis van de uitgangspunten:
    • De beste basisschool altijd in de buurt.
    • Een basisschool heeft minimaal 250 leerlingen.
    • Er is een doorgaande leerlijn van de voorschool naar het primair onderwijs. 
  • Het aanbod van vo-scholen is op Noord veel gevarieerder is dan op Zuid. Omdat nabijheid van de school ook in het voortgezet onderwijs een belangrijke rol speelt bij de schoolkeuze, hebben leerlingen die op Zuid wonen dus minder mogelijkheden en minder keuze. Het ontbreekt in Rotterdam-Zuid aan excellente scholen met een duidelijke ambitie en een duidelijk profiel. Kijkend naar de verwachte bevolkingsgroei en het streven om het opleidingsniveau op Zuid te verhogen en er aantrekkelijke en gemengde wijken te creëren, moet het scholenaanbod worden aangepast. Wij willen een herontwerp van het primair onderwijs uitvoeren op basis van de uitgangspunten:
    • Een kwalitatief goed en gevarieerd aanbod van scholen is noodzakelijk om ieder kind maximale kansen te bieden.
    • Een maximering van het aantal vo-leerlingen per vo-school draagt bij aan een gezond aanbod aan vo-scholen.
  • Het opstellen van een Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) 2019-2022, inclusief nog te ontwikkelen indicatoren, vast te stellen door de gemeenteraad in 2019. In een IHP brengen we de ontwikkelingen die we in onderwijshuisvesting op ons af zien komen (zoals bijvoorbeeld leerlingengroei, vervangingsopgave, verduurzaming) samenhangend in beeld, maken hierin keuzes en stellen investeringsprojecten voor.
  • Extra aandacht voor duurzaamheid bij renovatie en nieuwbouw van schoolgebouwen, zoals het realiseren van groene daken, zonnepanelen en groene schoolpleinen.
  • Aandacht voor de cultuurhistorische waarde van gebouwen bij de herontwikkeling van schoollocaties.

Wat willen we bereiken

Effect indicatoren

Herontwerp van het primair onderwijs

Herontwerp van het voortgezet onderwijs

Wat gaan we daar voor doen

Prestatie indicatoren
Effect indicatoren 201720182019202020212022
Een gedragen herontwerp primair onderwijs voor de hele stad* Streefwaarde     Afgerond      
* De indicator gaat over het opstellen van een herontwerp primair onderwijs. Het opstellen van dit plan zal eenmalig gebeuren en in 2019 afgerond zijn.
Prestatie indicatoren 201720182019202020212022
Aantal gerealiseerde projecten opgenomen in IHP 2015-2018 Streefwaarde   1 4 8 13 18
Realisatie 2          
NPRZ Onderwijshuisvesting: start nieuwbouw aantal scholen Streefwaarde         2  
Realisatie            

Overzicht baten en lasten

Overzicht van baten en lasten OnderwijshuisvestingBegroting
2019
Raming
2020
Raming
2021
Raming
2022
Baten exclusief reserves300300300300

Bijdragen rijk en medeoverheden 0 0 0 0
Overige opbrengsten derden 300 300 300 300
Lasten exclusief reserves65.82969.25075.90876.812

Apparaatlasten 1.663 1.605 1.605 1.605
Inhuur 0 0 0 0
Overige apparaatslasten 53 52 52 52
Personeel 1.610 1.553 1.553 1.553
Interne resultaat 54.898 59.082 65.716 66.554
Interne resultaat 54.898 59.082 65.716 66.554
Programmalasten 9.268 8.564 8.587 8.653
Inkopen en uitbestede werkzaamheden 3.168 3.331 3.337 3.344
Overige programmalasten 0 0 0 0
Sociale uitkeringen 0 0 0 0
Subsidies en inkomensoverdrachten 6.101 5.232 5.251 5.308
Saldo voor vpb en reserveringen -65.530 -68.951 -75.609 -76.512
Vennootschapsbelasting0000
Saldo voor reserveringen -65.530 -68.951 -75.609 -76.512
Reserves0000
Onttrekking reserves 0 0 0 0
Saldo -65.530 -68.951 -75.609 -76.512

Aansluiting voorgaande begroting

Aansluiting met voorgaande begroting
(saldo na reservering)
Begroting
2019
Raming
2020
Raming
2021
Raming
2022
Oorspronkelijke begroting -66.211 -69.648 -76.306 -77.209
Bijstellingen Omissieregeling 2019 (technische wijzigingen) 682 697 697 697
Totaal bijgestelde begroting -65.530 -68.951 -75.609 -76.512