Begroting 2023 en Tweede Herziening 2022

Rotterdam: Eén stad

Reserves Pagina 228

Reserves

Reserves zijn middelen die in het verleden opzij zijn gezet om in de toekomst te kunnen besteden. De meeste reserves hebben een specifiek bestedingsdoel. De Algemene Reserve is vrij aanwendbaar.

Vermogensspecificatie reserves

Hieronder staat de verloopstaat van de bestemmingsreserves van de gemeente Rotterdam. Door op het informatie-icoontje te klikken is het meerjarig verloop te zien en een algemene toelichting per reserve.

 

Extra reserveringen voor de dekking van toekomstige investeringen zorgen voor een toename van het eigen vermogen in de komende jaren. De bespaarde rente over de reserves en voorzieningen is een belangrijke jaarlijkse voedingsbron voor de RIM. Daarnaast leiden twee grote erfpachtconversies in 2022 en 2023 tot aanzienlijke opbrengsten. Deze opbrengsten worden niet alleen toegevoegd aan de bestemmingsreserve Rotterdamse Investeringsmotor (RIM), maar ook aan enkele andere reserves. Dit zijn bijvoorbeeld de bestemmingsreserve Armoedefonds, de bestemmingsreserve Rivièrahal Blijdorp, de bestemmingsreserve Nationaal Programma Rotterdam Zuid en het duurzaamheidstransitiebudget. De onttrekkingen aan deze reserves zullen overwegend pas bij 1e Herziening 2023/Voorjaarsnota 2023 worden geraamd.

Rotterdamse Investeringsmotor (RIM)

De gemeenteraad heeft juli 2020 ingestemd met het raadsvoorstel ”Herijking Investeringsfonds Rotterdam (IFR); oprichting van de Rotterdamse Investeringsmotor (RIM)”. Hiermee is besloten om vanaf 2021 het IFR, dat investeringsprojecten in het kader van de” Stadsvisie 2030” dekt, af te schaffen en de daarbij horende investeringen over te hevelen naar de RIM. Naast de middelen uit het IFR zijn de opbrengsten van de verkoop van Eneco toegevoegd aan de RIM.

De RIM is opgebouwd uit acht verschillende cilinders, elk met een specifieke functie. 

image

Cilinder 0 - Allocatie Investeringsmiddelen

Cilinder 0 is de allocatiecilinder van de RIM. Exploitatiemiddelen zoals exploitatiebijdragen, bespaarde rente en verkoopopbrengsten van deelnemingen worden toegevoegd en vervolgens aan de andere cilinders toegekend. De bijdrage vanuit de begroting is ook afhankelijk gemaakt van de de verwachte groei van inkomsten uit de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en de belastingen.

Cilinder 1 - Dekking afgeronde investeringen

Cilinder 1 dekt de kapitaallasten van materiële vaste activa, zoals vastgoed, wegen, bruggen en parken, voor zover ze de groei of modernisering van de stad accommoderen. Hierin is een deel van het IFR ondergebracht en de kapitaallasten van nieuwe investeringen. Jaarlijks wordt ca. € 100 mln toegekend aan nieuwe investeringen, waarvan € 10 mln voor kleinschalige gebiedsontwikkeling.

Cilinder 2 - Dekking lopende investeringen

Cilinder 2 dekt de uitgaven die worden gedekt uit de RIM, maar niet worden geactiveerd. Deze uitgaven worden direct ten laste van de exploitatiebegroting gebracht.

Cilinder 3 - Dekking financiële activa

Cilinder 3 dekt de risico’s en lasten van financiële vaste activa  (kapitaalverstrekkingen, verstrekte leningen) die vanuit cilinder 7 met de verkoopopbrengst Eneco zijn verworven. Hierbij valt te denken aan het Energietransitiefonds Rotterdam en een kapitaalverstrekking aan Stedin.

Cilinder 4 - Egalisatie nieuwe investeringen

Cilinder 4 egaliseert de verschillen tussen de de lasten die uit de cilinders 1 en 2 worden gedekt en de hiervoor beschikbare dekkingsmiddelen.

Cilinder 5 - Dekking vervangingsinvesteringen, renovaties en restauraties

Cilinder 5 bevat aanvullende dekkingsmiddelen die de gemeente in staat stelt bestaand bezit (materiele vaste activa) tijdig te vervangen, renoveren of restaureren.

Cilinder 6 - Investeringsmiddelen genererend vermogen

Cilinder 6 stelt de gemeente in staat om binnen de RIM het vermogen af te zonderen dat louter wordt gebruikt om bespaarde rente te genereren.

Cilinder 7 - Verkoopopbrengst Eneco

Cilinder 7 is gevuld met de verkoopopbrengst van Eneco. Voor het inzetten van deze middelen is een externe adviescommissie in het leven geroepen. De verkoopopbrengst wordt gebruikt voor investeringen die tot bezit leiden, tenminste voor 50% door andere partijen worden gefinancierd en waarbij het geld op enig moment weer naar de gemeente terugvloeit, zodat het opnieuw kan worden aangewend (revolveert). Deze cilinder relateert met de financiële vaste activa die worden gedekt uit cilinder 3 en enkele out-of-pocketuitgaven die worden gedekt uit cilinder 2. Het doel is de omvang van de Enecomiddelen zoveel mogelijk in stand te houden. Daarnaast wordt een relatief klein deel van de verkoopopbrengst gebruikt om de structureel geraamde inkomsten uit dividend geleidelijk neerwaarts bij te stellen.

Recentelijk is met de woningcorporaties Havensteder en Woonstad een overeenkomst gesloten waarmee zij erfpachtcanonverplichtingen eeuwigdurend afkopen. Een deel van de baten die hieruit voortvloeien heeft bij coalitieakkoord een bestemming gekregen. De resterende baten zijn toegevoegd aan de RIM (cilinder 0). Om goed zicht te houden op de aanwending van de resterende baten, zullen zij naar een afzonderlijke, nieuw te vormen cilinder van de RIM worden overgeheveld. Dit zal met ingang van de Jaarstukken 2022 in de p&c-documenten zichtbaar zijn.

Hieronder wordt per project een factsheet getoond waarin de projectomschrijving, het voorgenomen resultaat en bijbehorende activiteiten 2023 zijn opgenomen. In de tabel zijn alleen projecten opgenomen waarvoor in 2023 een begrote onttrekking aan de bestemmingsreserve RIM is opgenomen.

Verloopstaat Bestemmingsreserve RIM

Gebiedsontwikkeling (GO)

In 2018 is de bestemmingsreserve Gebiedsontwikkeling (GO) gevormd door de gemeentelijke middelen voor buitenruimte projecten in één bestemmingsreserve onder te brengen (raadsbesluit 14 november 2017). De bestemmingsreserve van rijksgelden voor stedelijke vernieuwing (ISV) en de bestemmingsreserve Investeringsprojecten zonder gronduitgifte (IPzG) en Gebiedsontwikkelingsfonds zijn hier per 1 januari 2018 aan toegevoegd In de bestemmingsreserve GO zijn tot 2020 nieuwe buitenruimte projecten met een omvang tot € 5 mln opgenomen. Deze projecten worden afgerond waarna de bestemmingsreserve GO wordt opgeheven.Vanaf 2021 worden nieuwe buitenruimte projecten (jaarlijks € 10 mln voor kleinschalige gebiedsontwikkeling) onderdeel van het nieuwe rotterdamse investeringsprogramma. De middelen voor deze nieuwe projecten worden vanaf 2021 opgenomen in de Rotterdamse Investeringsmotor (RIM). Zie hiervoor de toelichting op de RIM en de cilinders hierin.  

Hieronder wordt per project een factsheet getoond waarin de projectomschrijving, het voorgenomen resultaat en bijbehorende activiteiten 2023 zijn opgenomen. In de tabel zijn alleen projecten opgenomen waarvoor in 2023 een begrote onttrekking aan de bestemmingsreserve GO is opgenomen.

Nationaal Programma Rotterdam Zuid pijler Wonen (NPRZ)

In 2017 is door de gemeenteraad een bestemmingsreserve gevormd voor het Nationaal Programma Rotterdam Zuid pijler Wonen (NPRZ-Wonen). Hieruit worden investeringsprojecten gedekt in de focuswijken, tuinsteden en tuindorpen in Rotterdam Zuid, zoals benoemd zijn in het Uitvoeringsprogramma NPRZ 2015-2018 en het Werkprogramma Rotterdam Zuid pijler Wonen 2019-2022.

Bij de vorming van de bestemmingsreserve is deze gevoed door bundeling van middelen voor projecten in Rotterdam Zuid die tot nu toe waren ondergebracht in het Investeringsfonds Rotterdam (IFR), het Investeringsbudget stedelijke vernieuwing (ISV3) en de financiële impuls NPRZ-2012-2015.

Vanaf 2018 is de bestemmingsreserve aangevuld met de gemeentelijke middelen, die door de gemeenteraad beschikbaar zijn gesteld als cofinanciering bij de korting op de verhuurdersheffing, die woningcorporaties van het Rijk hebben ontvangen voor de transformatie-opgave in de focuswijken in Rotterdam Zuid.

Vanaf 2018 zijn hieraan tevens de rijksmiddelen toegevoegd die het Rijk in 2018 in het kader van de Regiodeal Rotterdam Zuid 2019-2025 – pijler Wonen beschikbaar heeft gesteld. De middelen Regiodeal die het Rijk de komende jaren beschikbaar stelt voor de pijler Wonen, worden als specifieke uitkering beschikbaar gesteld en deze worden in een apart fonds beheerd. In samenhang met de rijksmiddelen Regiodeal Rotterdam Zuid worden bedragen aan de bestemmingsreserve NPRZ-wonen toegevoegd, om de met het Rijk afgesproken gemeentelijke cofinanciering na te komen. Dit is jaarlijks onderdeel van het investeringsvoorstel.

Vanaf 2021 worden ook de rijksmiddelen, voortkomend uit het Volkshuisvestingsfonds 2021-2031 (rijks beschikking 14 juli 2021), toegevoegd aan de bestemmingsreserve. Hieruit worden projecten gedekt voor drie soorten ingrepen (sloop/nieuwbouw, samenvoegen/vergroten en winkelaanpak) in drie deelgebieden (Hillesluis, Carnisse, Oud Charlois/Tarwewijk). De middelen Volkshuisvestingsfonds (VHfonds) die het Rijk de komende jaren beschikbaar stelt, worden als specifieke uitkering beschikbaar gesteld en deze worden in een apart fonds beheerd. In samenhang met de rijksmiddelen VHfonds worden bedragen aan de bestemmingsreserve NPRZ-wonen toegevoegd, om de met het Rijk afgesproken gemeentelijke cofinanciering na te komen. Dit is jaarlijks onderdeel van het investeringsvoorstel.

In het coalitieakkoord 2022-2026 is vastgelegd dat het NPRZ programma wordt voortgezet. Hiervoor is Rotterdam ook afhankelijk van aanvullende financiering vanuit het Rijk. Binnen de nieuwe coalitieperiode wordt  binnen de gemeentelijke middelen € 80 mln gereserveerd voor de pijler wonen van het NPRZ. Deze zullen onder andere worden ingezet als benodigde cofinanciering bij aanvullende rijksmiddelen voor de pijler wonen van het NPRZ. De € 80 mln zal in de periode 2023 t/m 2026 in vier tranches van € 20 mln worden toegevoegd aan de bestemmingsreserve NPRZ-wonen.

Vrijval binnen NPRZ-Wonen (€ 38)

IIn 2017 zijn de financiële middelen voor fysieke projecten in Rotterdam Zuid gebundeld in één bestemmingsreserve NPRZ-pijler Wonen (raadsbesluit 29 juni 2017). Eén van de onderscheiden deelbudgetten binnen NPRZ-Wonen betreft het deelbudget “erfenis stedelijke vernieuwing” (ISV3 /IFR): hierin zitten projecten voor stedelijke vernieuwing die oorspronkelijk waren ondergebracht in ISV3/ IFR. Ten aanzien van de benutting van vrijval binnen NPRZ-Wonen is in 2019 besloten om - bij de jaarlijkse toevoeging vanuit de RIM  van de gemeentelijke cofinanciering op de Regiodeal Rotterdam Zuid (NPRZ 2e tranche) - de jaartranches te salderen met de vrijval in het deelbudget “erfenis stedelijke vernieuwing” (ISV3 /IFR).

Binnen NPRZ -Wonen is in 2021 een oud project afgerond en goedkoper afgerekend. De vrijval (€ 38) is gerealiseerd binnen het deelbudget “erfenis stedelijke vernieuwing”. Dat betekent dat als jaartranche 2023 van de NPRZ 2e tranche vanuit de RIM per saldo € 10 mln wordt toegevoegd aan NPRZ-Wonen. Het vrijgevallen bedrag is onderdeel van het dekkingsvoorstel en blijft binnen de bestemmingsreserve NPRZ.

 

Hieronder wordt per project een factsheet getoond waarin de projectomschrijving, het voorgenomen resultaat en bijbehorende activiteiten 2023 zijn opgenomen. In de tabel zijn alleen projecten opgenomen waarvoor in 2023 een begrote onttrekking aan de bestemmingsreserve NPRZ is opgenomen.

Energietransitiebudget (ETB)

Het Uitvoeringsplan Energietransitie 2020-2022 is volop in uitvoering. Er is € 68,2 mln beschikbaar gesteld, middels het Energietransitiebudget (ETB), voor projecten die een bijdrage leveren aan de energietransitie. Het jaar 2023 zal in het teken staan van de afronding van het ETB. Daarnaast vormen we in 2023 een Duurzaamheidstransitiebudget (DTB). Het fonds wordt ingezet voor het versnellen van innovatie, verdienvermogen en werkgelegenheid bevorderen, vergroening, duurzame opwek van energie, de transitie naar een circulaire economie en het reduceren van energiegebruik van bewoners, ondernemingen en van de gemeente zelf. Het DTB kan gezien worden als opvolger van het ETB.

 Zie voor nadere toelichting paragraaf Duurzaamheid in begrotingsprogramma Energietransitie.

Hieronder wordt per project een factsheet getoond waarin de projectomschrijving, het voorgenomen resultaat en bijbehorende activiteiten 2023 zijn opgenomen. In de tabel zijn alleen projecten opgenomen waarvoor in 2023 een begrote onttrekking aan de bestemmingsreserve ETB is opgenomen.

Meerjarig Verloop RIM GO NPRZ ETB

In onderstaande tabel is de opbouw en het verloop in 2022-2026 weergegeven. Voor 2023 en verdere jaren gaat het om ramingen op basis van de verwachte toevoegingen en onttrekkingen aan de reserve, bestemd voor de investeringsprojecten.

Meerjarig verloop RIM20222023202420252026
Saldo begin (stand 1-1) 1.711.007 1.814.058 1.976.259 1.998.692 2.026.370
Toevoeging 215.248 220.626 87.393 95.375 85.944
Onttrekking 112.196 58.425 64.960 67.698 64.442
Vrijval 0 0 0 0 0
Saldo eind (stand 31-12) 1.814.058 1.976.259 1.998.692 2.026.370 2.047.872
Meerjarig verloop GO20222023202420252026
Saldo begin (stand 1-1) 57.353 26.867 20.258 16.831 16.098
Toevoeging 587 0 0 0 0
Onttrekking 28.157 6.610 3.427 732 730
Vrijval 2.916 0 0 0 0
Saldo eind (stand 31-12) 26.867 20.258 16.831 16.098 15.368
Meerjarig verloop NPRZ20222023202420252026
Saldo begin (stand 1-1) 78.688 156.203 167.356 181.205 195.229
Toevoeging 104.000 20.500 15.500 15.400 11.500
Onttrekking 26.485 9.347 1.651 1.376 300
Vrijval 0 0 0 0 0
Saldo eind (stand 31-12) 156.203 167.356 181.205 195.229 206.429
Meerjarig verloop ET20222023202420252026
Saldo begin (stand 1-1) 42.805 16.792 8.613 5.280 3.570
Toevoeging 0 0 0 0 0
Onttrekking 26.013 8.180 3.333 1.710 0
Vrijval 0 0 0 0 0
Saldo eind (stand 31-12) 16.792 8.613 5.280 3.570 3.570