Begroting 2021 en Tweede Herziening 2020

Met nieuwe energie bouwen aan de stad van morgen

Financiële kengetallen Pagina 107

Beleid

De basis voor houdbare gemeentefinanciën is gelegen in een meerjarenbegroting die structureel en reëel in evenwicht is. Houdbare gemeentefinanciën vergen echter meer dan dat. Zo wil de gemeente in geval van financiële tegenslag voldoende mogelijkheden hebben om de eerste klappen op te vangen.

 

De houdbaarheid van de gemeentefinanciën kent twee aspecten:

  • Voldoende weerbaarheid. Het betreft de mogelijkheden om op korte termijn financiële klappen te kunnen incasseren zonder direct in de begroting en daarmee in de beleidsambities te hoeven ingrijpen.
  • Voldoende flexibiliteit van de begroting. Het betreft de snelheid waarmee de lasten kunnen worden verlaagd en de baten kunnen worden verhoogd. De flexibiliteit van de begroting (ook wel wendbaarheid genoemd) wordt beperkt door verplichtingen die voor meerdere jaren zijn of worden aangegaan. Het gaat dan om bijvoorbeeld verplichtingen als gevolg van schulden (rente en aflossing van opgenomen geldleningen), kapitaallasten van investeringen, apparaatslasten, beheer- en onderhoudslasten.

 

Voor de houdbaarheid van de gemeentefinanciën zijn weerbaarheid en flexibiliteit dus belangrijke termen. Wenselijk is dat de gemeenteraad een integraal beeld krijgt van de consequenties van beslissingen voor de houdbaarheid van de begroting. Kengetallen kunnen de gemeenteraad ondersteunen bij het maken van afwegingen. Onderstaande tabel geeft weer welke kengetallen hiervoor worden gebruikt. Met uitzondering van de kapitaallastenratio zijn alle kengetallen wettelijk voorgeschreven. Behoudens de kasgeldlimiet en de renterisiconorm zijn de wettelijk voorgeschreven kengetallen niet van een wettelijke norm voorzien. Wel heeft de provincie Zuid-Holland, in zijn rol van financieel toezichthouder, zogeheten 'signaalwaarden' geïntroduceerd.

Kengetallen houdbare Rotterdamse gemeentefinanciën

Weerbaarheid

  • Weerstandsvermogen*
  • Solvabiliteitsratio*

Flexibiliteit: Saldo begroting

  • Reguliere exploitatieruimte*
  • Structurele exploitatieruimte*
  • Belastingcapaciteit*

Flexibiliteit: Schuld

  • Netto schuldquote*
  • Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen*
  • Kasgeldlimiet*
  • Renterisiconorm*

Flexibiliteit: Investeringen

  • EMU-saldo*
  • Kapitaallastenratio
  • Kengetal grondexploitaties*
*Deze kengetallen zijn wettelijk voorgeschreven. 

 

De uitkomst van één individueel kengetal zegt niet zo veel over de financiële positie van de gemeente Rotterdam. Daarom is het raadzaam de kengetallen in samenhang te bezien. Op grond van het totale beeld is het mogelijk uitspraken te doen over de financiële positie van Rotterdam.

Regulier exploitatiesaldo

Het reguliere exploitatiesaldo betreft het verschil tussen de lasten en de baten. Het reguliere exploitatiesaldo voor 2021 is begroot op 0. De begroting is 'sluitend'; er is geen sprake van een begrotingstekort, noch van een begrotingsoverschot. Als gevolg van de verkoop van Eneco zijn de cijfers in 2020 afwijkend ten opzichte van andere jaren.

Regulier exploitatiesaldo
(bedragen x € 1 mln)
2018201920202021202220232024
Baten exclusief onttrekkingen en vrijval aan reserves 3.481* 3.552 5.083 3.663 3.577 3.545 3.483
Lasten exclusief toevoegingen aan reserves 3516* 3.519 3.959 3.843 3.618 3.496 3.417
Onttrekkingen en vrijval reserves 365 199 389 274 135 77 58
Toevoegingen aan reserves 273 200 1.513 94 94 126 124
Reguliere exploitatiesaldo 57 31 0 0 0 0 0

Norm o.g.v. BBV: evenwicht

*De baten en de lasten zijn aangepast t.o.v. eerder gepresenteerde cijfers in de Voorjaarsnota 2019 en Jaarstukken 2018. In die bedragen waren abusievelijk ook de baten en lasten opgenomen van projecten (investeringen) die op de balans verantwoord worden. Deze lasten zijn geen onderdeel van de baten en lasten in het exploitatiesaldo

Structureel exploitatiesaldo

De Gemeentewet schrijft voor dat de begroting structureel in evenwicht is. Hiervan kan worden afgeweken indien aannemelijk kan worden gemaakt dat het structurele evenwicht in de komende jaren tot stand zal worden gebracht. Om te kunnen vaststellen of aan dit wettelijke voorschrift wordt voldaan, wordt het structureel exploitatiesaldo gepresenteerd. Het structureel exploitatiesaldo betreft het verschil tussen de structurele lasten en de structurele baten. Indien de begroting niet structureel in evenwicht is, kan de Provincie Zuid-Holland de gemeente onder verscherpt toezicht plaatsen.

Verwacht wordt dat in 2020 en in de meerjarenraming tot en met 2024 sprake zal zijn van een positief structureel exploitatiesaldo. Hiermee wordt dus voldaan aan het wettelijke voorschrift. Ten opzichte van eerdere jaren is vanwege de coronacrisis het structureel exploitatiesaldo lager dan het niveau van 2018 en 2019.

In onderstaande tabel is het saldo van structurele baten en lasten nominaal weergegeven en als percentage van de totale baten. De bedragen die het structurele exploitatiesaldo in 2020 bepalen zijn ontleend aan de Begroting 2020 en dus niet geactualiseerd.

Structureel exploitatiesaldo (bedragen x € 1 mln)2018201920202021202220232024
Structurele baten exclusief onttrekkingen aan reserves 3.121 3.228 3.219 3.345 3.299 3.359 3.322
Structurele lasten exclusief toevoegingen aan reserves 2.913 3.037 3.121 3.346 3.257 3.271 3.215
Structurele onttrekkingen aan reserves 11 28 72 96 61 50 45
Structurele toevoegingen aan reserves 29 37 23 30 47 46 46
Structureel exploitatiesaldo 190 182 148 65 57 93 105
Totale baten (exclusief mutatie reserves) 3.481 3.552 3.516 3.663 3.577 3.545 3.483
Structureel exploitatiesaldo (%) 5,5% 5,1% 4% 2% 2% 3% 3%
Norm o.g.v. BBV: evenwicht              

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen geeft een indicatie van de mate waarin de gemeente in staat is om niet begrote financiële tegenvallers op te vangen, zonder de noodzaak om direct te bezuinigen. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald op basis van een inventarisatie en analyse van de risico’s die de gemeente loopt. Voor een meer uitgebreide toelichting op dit kengetal wordt verwezen naar de paragraaf  'Weerstandsvermogen en risicobeheersing'.

In het Coalitieakkoord 2018-2022 is afgesproken dat wordt gestuurd op een weerstandsvermogen van minimaal 1,0. De Coronacrisis leidt echter tot financiële tegenvallers. Deze tasten het weerstandsvermogen aan. We accepteren deze tijdelijke dip, voor zover deze door Corona wordt veroorzaakt. Conform het door de raad vastgestelde beleid inzake het weerstandsvermogen zorgen we ervoor dat het weerstandsvermogen in het laatste jaar van de meerjarenraming weer op peil zal zijn.

Weerstandsvermogen (bedragen x € 1 mln, balansstanden ultimo jaar)2018201920202021202220232024
Beschikbare weerstandscapaciteit 289 301 264 191 176 200 241
Benodigde weerstandscapaciteit 205 219 211 220 230 233 235
Weerstandsvermogen 1,41 1,37 1,25 0,87 0,77 0,86 1,03
Norm gemeente Rotterdam o.g.v. Coalitieakkoord 2018-2022: minimaal 1,00

Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het wordt berekend door het eigen vermogen af  te zetten tegen het totale vermogen (i.c. het balanstotaal). Het eigen vermogen is opgebouwd uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het (regulier) exploitatiesaldo.

Onderstaande tabel geeft een beeld van de ontwikkeling van de solvabiliteit. Als gevolg van de verkoop van Eneco is de solvabiliteit in 2020 gestegen en blijft deze ook in de periode 2021 - 2024 boven het niveau van 2018 en 2019.

Solvabiliteitsratio (in %, bedragen x € 1 mln, balansstanden ultimo jaar)2018201920202021202220232024
Eigen vermogen 1.083 1.115 2.240 2.059 2.018 2.067 2.133
Balanstotaal 3.514 3.635 3.937 4.208 4.349 4.350 4.280
Solvabiliteitsratio 30,8% 30,7% 56,9% 48,9% 46,4% 47,5% 49,8%
Signaleringswaarde opgesteld door Provincie Zuid-Holland: > 50% is minst risicovol, 20 - 50% is neutraal, < 20% is meest risicovol

Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft weer hoe de lokale lastendruk in de gemeente Rotterdam zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Het geeft hiermee een indicatie van de ruimte om extra inkomsten uit belastingen te genereren.

De belastingcapaciteit wordt berekend door de totale woonlasten van een meerpersoonshuishouden van de gemeente in enig jaar te vergelijken met het landelijk gemiddelde in het voorafgaande jaar en uit te drukken in een percentage.

Onderstaande tabel geeft een beeld van de ontwikkeling van de belastingcapaciteit. De belastingcapaciteit daalt in 2021 ten opzichte van 2020 en behoudt een waarde die door de Provincie Zuid-Holland als 'neutraal' wordt beoordeeld. De belastingcapaciteit wordt alleen bij begroting en bij jaarstukken berekend. De cijfers in onderstaande tabel zijn voor het jaar 2020 dan ook gelijk aan de cijfers die in de Begroting 2020 zijn gepresenteerd. Voor een toelichting op de ontwikkeling van de belastingcapaciteit wordt verwezen naar de paragraaf Lokale heffingen, onderdeel Lokale lastendruk.

De onderlinge vergelijking van gemeentelijke tarieven verdient een aantal nuanceringen. Gemeenten kunnen binnen de geldende wet- en regelgeving verschillende bestuurlijke keuzes en afwegingen maken, bijvoorbeeld rond het voorzieningenniveau voor inwoners en de uitgaven die ze doen, gegeven de fysieke en de sociaal-economische situatie van hun gemeente. Hierbij valt te denken aan welke kosten gemeenten precies toerekenen aan een tarief, of er mogelijkheden zijn voor een alternatieve dekking van kosten en welk percentage van kostendekkendheid de tarieven moeten hebben.

Belastingcapaciteit (bedragen x € 1)2018201920202021
OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 192 188 189 188
Afvalstoffenheffing voor een gezin 328 349 371 377
Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 198 208 216 226
Eventuele heffingskorting 0 0 0 0
Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 718 744 776 791
Woonlasten landelijk gemiddelde voor gezin in t-1 723 721 740 776
Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde in t-1 0,99 1,03 1,05 1,02

Netto schuldquote

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft daarmee een indicatie van de mate waarin de rente en de aflossingen op de exploitatie drukken.

Onderstaande tabel geeft een beeld van de ontwikkeling van de netto schuldquote. De verkoopopbrengst Eneco wordt gebruikt voor het reduceren van de schuld. Als gevolg hiervan is de netto-schuld in 2020 fors gedaald.

Vanaf 2021 loopt de netto schuldquote geleidelijk op, tot en met 2024 blijft de netto-schuldquote onder het niveau van 2018 en 2019.

Netto schuldquote (in %, bedragen x € 1 mln, balansstanden ultimo jaar)2018201920202021202220232024
Vaste schulden 1.630 1.665 914 1.274 1.455 1.408 1.272
Netto vlottende schuld 446 434 311 403 403 403 403
Overlopende passiva 294 318 318 318 318 318 318
Financiële activa excl. verstrekte leningen en kapitaalverstrekking -1 0 0 0 0 0 0
Uitzettingen < 1 jaar -335 -305 -409 -409 -409 -409 -409
Liquide middelen -3 -15 0 0 0 0 0
Overlopende activa -148 -145 -145 -145 -145 -145 -145
Saldo 1.884 1.954 989 1.441 1.622 1.575 1.440
Totale baten (exclusief mutatie reserves) 3.481 3.552 5.083 3.663 3.577 3.545 3.483
Netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen (saldo / totale baten) 54,1% 55,0% 19,5% 39,3% 45,4% 44,4% 41,3%
Signaleringswaarden Provincie Zuid-Holland: < 90% is minst risicovol, 90-130% is neutraal, > 130% is meest risicovol

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

De netto schuldquote wordt zowel in- als exclusief doorgeleende gelden gepresenteerd. Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de door de gemeente verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldpositie.

Het kengetal wordt op dezelfde wijze berekend als de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden betrokken. Een aanzienlijk deel van de opgenomen gelden is doorgeleend aan woningcorporaties en deelnemingen. Dit bedrag neemt de komende jaren wel gestaag af.

De ontwikkeling van de netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen laat een vergelijkbaar beeld zien als de ontwikkeling van de netto schuldquote.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen  (in %, bedragen x € 1 mln, balansstanden ultimo jaar)2018201920202021202220232024
Vaste schulden 1.630 1.665 914 1.274 1.455 1.408 1.272
Netto vlottende schuld 446 434 311 403 403 403 403
Overlopende passiva 294 318 318 318 318 318 318
Financiële activa incl. verstrekte leningen en excl. kapitaalverstrekking -237 -210 -194 -183 -165 -146 -128
Uitzettingen < 1 jaar -335 -305 -409 -409 -409 -409 -409
Liquide middelen -3 -15 0 0 0 0 0
Overlopende activa -148 -145 -145 -145 -145 -145 -145
Saldo 1.648 1.743 795 1.258 1.458 1.430 1.311
Totale baten (exclusief mutatie reserves) 3.481 3.552 5.083 3.663 3.577 3.545 3.483
Netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen (saldo / totale baten) 47,3% 49,1% 15,6% 34,3% 40,8% 40,3% 37,6%
Signaleringswaarden Provincie Zuid-Holland: < 90% is minst risicovol, 90-130% is neutraal, > 130% is meest risicovol

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet betreft een plafond voor de kortlopende schuld van de gemeente, met als doel een te grote gevoeligheid voor rentefluctuaties op de kortlopende schuld te voorkomen. De kasgeldlimiet is wettelijk bepaald op 8,5% van het begrotingstotaal.

Indien de kortlopende schuld van een gemeente voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet overschrijdt, dient de gemeente haar toezichthouder hiervan op de hoogte te stellen en een plan voor te leggen om het daaropvolgende kwartaal weer aan de kasgeldlimiet te voldoen. De gemeente Rotterdam verwacht conform de onderstaande meerjarenraming aan de kasgeldlimiet te voldoen.

 

Kasgeldlimiet (bedragen x € 1 mln) 2018201920202021202220232024
Grondslag voor norm: omvang oorspronkelijke begroting 3.487 3.474 3.767 3.937 3.937 3.937 3.937
Kasgeldlimiet o.g.v. wet Fido: 8,5% van grondslag 296 295 320 335 335 335 335
Gemiddelde korte schuld 370 250 100 300 300 300 300
Gemiddelde korte middelen -4 -6 -372 0 0 0 0
Gemiddelde netto korte schuld 366 244 -272 300 300 300 300
In % begroting 10,5% 7,0% -7,2% 7,6% 7,6% 7,6% 7,6%
Ruimte (+) / overschrijding (-) -70 51 592 35 35 35 35

Renterisiconorm

De renterisiconorm heeft als doel om toekomstige renterisico’s op de langlopende schuld te beperken. De renterisico’s worden berekend als de som van de aflossingen en de renteherzieningen op de bestaande langlopende schuld. Er geldt een wettelijke norm. Het totale jaarlijkse renterisicobedrag mag niet groter zijn dan 20% van het begrotingstotaal. De renterisiconorm dwingt daarmee tot spreiding van de aflossingen en renteherzieningen.

De verkoopopbrengst Eneco wordt gebruikt voor schuldenreductie. Daarbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de ruimte die de wetgever biedt. Dit verklaart dat in 2020 nog juist aan de renterisiconorm wordt voldaan. Vanaf 2021 ontstaat er meer ruimte ten opzichte van de renterisiconorm.

Renterisiconorm (bedragen x € 1 mln) 2018201920202021202220232024
Grondslag voor norm: omvang oorspronkelijke begroting 3.487 3.474 3.767 3.937 3.937 3.937 3.937
Renterisiconorm o.g.v. wet Fido: 20% van grondslag 697 695 753 787 787 787 787
Renteherzieningen 50 0 0 61 0 0 0
Aflossingen 272 650 751 404 25 105 176
Risicobedrag 322 650 751 465 25 105 176
In % begroting 9% 19% 20% 12% 1% 3% 5%
Ruimte (+) / overschrijding (-) 375 45 3 322 762 682 612

EMU-saldo

EU-lidstaten mogen een EMU-tekort realiseren van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (bbp). In dit maximale tekort mogen, naast de Rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel hebben. Voor de jaren 2019-2022 is afgesproken dat de gezamenlijke ruimte voor de decentrale overheden 0,4% van het bbp bedraagt. De gezamenlijke ruimte voor de gemeenten bedraagt 0,27% van het bbp. In de septembercirculaire Gemeentefonds 2020 zijn de individuele referentiewaarden gepubliceerd, die de afzonderlijke gemeenten in 2021 als richtsnoer kunnen hanteren. De referentiewaarde voor Rotterdam bedraagt - € 132,8 mln.

De begroting van gemeenten wordt opgesteld conform een (gemodificeerd) stelsel van baten en lasten. Het EMU-saldo wordt echter niet berekend op basis van baten en lasten, maar op basis van ontvangsten en uitgaven. Anders dan in het stelsel van baten en lasten drukken investeringsuitgaven en aan- en verkopen in het jaar waarin de transactie wordt gedaan volledig op het EMU-saldo. Er wordt geen rekening gehouden met afschrijvingen, noch met toevoegingen aan reserves en voorzieningen. De afwijkende berekening van het EMU-saldo kan ertoe leiden dat een gemeente bij een sluitende begroting een EMU-tekort realiseert.

In 2020, 2021 en 2022 lijkt onze gemeente, mede als gevolg van de verkoop van Eneco en de coronacrisis, een fors EMU-tekort te gaan realiseren. De ervaring leert dat het EMU-saldo, als gevolg van planningsoptimisme bij investeringen, bij jaarrekening altijd positiever uitvalt dan in de begroting werd aangenomen. Mocht het EMU-tekort toch hoger uitvallen dan de referentiewaarde, dan zal dit slechts consequenties kunnen hebben, indien de Europese Unie Nederland een sanctie oplegt wegens overschrijding van de EMU-normen én indien het collectieve aandeel van de gemeenten in het EMU-tekort hoger is dan 0,27% van het bbp. Dit risico wordt klein geacht. Het is niettemin zaak om de vinger aan de pols te houden.

EMU-saldo (bedragen x € 1 mln)2018201920202021202220232024
1. Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) -35 33 1.124 -180 -41 49 66
2. Mutaties (im)materiele vaste activa -46 -120 -265 -291 -172 -23 68
3. Mutatie voorzieningen -28 40 54 0 0 -1 -1
4. Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) -1 -33 35 8 13 2 -15
5. Boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiele vaste activa     -1.290        
Berekend EMU-saldo -110 -80 -342 -464 -200 28 118

Kapitaallastenratio

De kapitaallastenratio wordt berekend door het totaal van rente- en afschrijvingslasten met betrekking tot schulden en investeringen af te zetten tegen de totale baten (excl. onttrekkingen aan reserves). De kapitaallastenratio zegt iets over de mate van flexibiliteit van de begroting. Zowel schulden als investeringen drukken als last op de begroting, waardoor de flexibiliteit van de begroting afneemt. Er geldt geen wettelijke of andere norm voor deze ratio. Er is op dit moment geen zinvolle signaleringswaarde voor dit kengetal te bepalen op basis van literatuur of de praktijk van andere gemeenten. Voor de beoordeling moet vooral naar de ontwikkeling in de tijd worden gekeken.

Als gevolg van de verkoop van Eneco worden in 2020 fors meer baten gerealiseerd. Dit maakt dat de kapitaallastenratio eenmalig daalt en vanaf 2021 weer stijgt.

Kapitaallastenratio2018201920202021202220232024
Rentelasten 41 37 23 20 26 28 28
Afschrijvingen 120 123 130 137 157 164 168
Saldo 161 161 153 158 183 192 196
Totale baten (exclusief mutatie reserves) 3.481 3.552 5.083 3.663 3.577 3.545 3.483
Kapitaallastenratio 4,6% 4,5% 3,0% 4,3% 5,1% 5,4% 5,6%

Kengetal grondexploitaties

Het kengetal grondexploitaties geeft een indicatie van het financiële risico dat de gemeente loopt in verband met zijn grondportefeuille. Het kengetal wordt berekend door de boekwaarde van de grondexploitaties af te zetten tegen de totale baten van de gemeente (excl. onttrekkingen aan reserves). De boekwaarde van de grondexploitaties is negatief, doordat de gemeente in het verleden verliezen heeft genomen op de grondexploitaties. Een negatief kengetal betekent dat er geen boekwaarde is die moet worden terugverdiend door verkoop van grond. De gemeente loopt dus beperkt risico op zijn voorraden grond.

De verkoop van Eneco heeft eenmalig invloed op de ontwikkeling van dit kengetal.

Grondexploitaties (in %, bedragen x € 1 mln, balansstanden ultimo jaar)2018201920202021202220232024
Bouwgronden in exploitatie -156 -145 -180 -188 -201 -203 -189
Totale baten (exclusief mutatie reserves) 3.481 3.552 5.083 3.663 3.577 3.545 3.483
Ratio grondexploitaties -4,5% -4,1% -3,5% -5,1% -5,6% -5,7% -5,4%
Signaleringswaarden Provincie Zuid-Holland: < 20% is minst risicovol, 20-35% is neutraal, > 35% is meest risicovol

Ontwikkeling

In onderstaande tabel is aangegeven hoe de financiële kengetallen voor het begrotingsjaar 2020 zich hebben ontwikkeld. De verkoopopbrengst Eneco heeft invloed gehad op het verloop van de kengetallen.

Ontwikkeling financiële kengetallenOorspronkelijke begroting 20201e herziening 20202e herziening 2020
Regulier exploitatiesaldo (x € 1 mln) 0 0 0
Structureel exploitatiesaldo (%) 4% 4%* 4%*
Weerstandsvermogen 1,06 0,83 1,25
Solvabiliteitsratio (%) 23,0% 55,8% 56,9%
Belastingcapaciteit (%) 105% 105%* 105%*
Netto schuldquote (%) 71,9% 24,8% 19,5%
Netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen (%) 66,4% 20,9% 15,6%
Ruimte t.o.v. kasgeldlimiet (x € 1 mln) 45 45 592
Ruimte t.o.v. renterisiconorm (x € 1 mln) 402 3 3
EMU-saldo (x € 1 mln) -341 -440 -342
Kapitaallastenratio (%) 4,9% 3,0% 3,0%
Ratio grondexploitaties (%) -5,8% -2,8% -3,5%
* Niet herberekend